Maar bij de supermarkt kun je er niets mee.

Maar bij de supermarkt kun je er niets mee.

Met groot respect kom ik wel eens personen tegen, waarbij je dan geen enkel elan bespeurt, die opgaan in de menigte, maar in alle stilte op een zeer hoog niveau staan. In mijn periode toen ik nog als freelance journalist op pad mocht, heb ik diverse personen mogen ontmoeten die ‘stille Grootheden’ waren. Elk op hun eigen terrein uniek en zeer bijzonder. Daarnaast allen erg bescheiden.

Zo was er een man op leeftijd. In gedachten zie ik hem terug. Hij reed op een oude herenfiets, droeg altijd een lange grauwe regenjas, een alpinopet en vooral zichtbaar witte watjes in zijn oren. In mijn ogen zag ik de oudere man als een rustig iemand. Hij bespeelde zondags op het orgel in het kerkje in het dorp. In mijn optiek, wist de kerkelijke gemeente, dat de man iets van muziek afwist en op grond daarvan, liet men hem, ‘dacht ik altijd’, zondags op het orgel spelen. Voor zo’n heer op leeftijd leek mij dat een leuke bezigheid en verder kom je dan nog onder de mensen. In de loop der tijd kreeg ik, alhoewel ik totaal niet muzikaal ben, waardering voor die aardige oudere meneer die het orgel bespeelde met witte watjes in de oren.

Als lid van een stichtingsbestuur dat zich bezighield met het behoud van de St. Jozef Kerk in Enschede die op de nominatie stond om gesloopt te worden, kwam ik contact met een eigenaar van een orgelpracticum. De band met de eerst genoemde organist, was zo goed, dat ik hem bij de voornaam mocht noemen. Soms kwam ik weleens bij de persoon in kwestie thuis. Toen ik in gesprek met de eigenaar van het orgelpracticum liet merken, dat ik wel eens bij de oude organist thuis kwam, werd mij gevraagd: “zou jij willen vragen of ik, lees de man van het orgelpracticum, hem mag bellen? Ik was verbaasd. “Natuurlijk mag dat”, reageerde ik. Als reactie kreeg ik de vraag: “maar weet jij wel wie hij in werkelijkheid is?” “Ja hoor”, reageerde ik, “het is een oudere man die op het orgel mag spelen in het kerkje. Toch leuk”, liet ik op volgen, “dat men hem dat gunt”.

De mond van gesprekspartner viel open. Met een “man, jij kent hem dus helemaal niet” volgde een reactie, “die oude man is een groot componist, het residentieorkest speelt hele concerten met zijn gecomponeerde muziekstukken. Het is een grootheid”. Met stomheid was ik geslagen.

Je kunt nog zo getalenteerd zijn, maar als je naar de supermarkt moet voor boodschappen, zal de kassière niet, commercieel gezien, van je talenten onder de indruk zijn, dat je wordt gevrijwaard van het betalen van de boodschappen. Menig getalenteerde, zal niet erg onder de indruk zijn van zijn of haar vaardigheden en zal overgaan tot een normaal te lijden leventje. Al die poespas in de trant van: “kijk dat kan ik allemaal en jij niet’ is niet het streven van het ras getalenteerde personen. Nuchterheid  en vooral zorgen, dat beide benen op de grond blijven, mag als nobel streven worden genoemd.

Je loopt met je talenten niet te koop. Daarom is in feite elk mens uniek en herbergt elke persoon, ja zelfs elke persoonlijkheid, een eigenschap die bijzonder is. Is het nu een voordeel of een nadeel te noemen, maak niet uit. Wat jij als bijzonder vindt, vindt de persoon in kwestie helemaal niet zo bijzonder. Ik denk, dat de bewoording voordeel en nadeel hier niet geplaatst kunnen worden. Het is zoals het is. Je bent geboren met dat talent en je leeft ermee verder.

Wat is nu talent.  De Bijbel van de Nederlandse taal, mijn favoriete boek, de Dikke van Dale, omschrijft talent als een natuurlijke gave. Ik durf**, en dat woord zal later een grotere betekenis krijgen in deze tekst, te bloggen, dat de weergave van talent als ‘natuurlijke gave’ te kort door de bocht is.

Tijdens een interview met een erg arrogante directeur vroeg ik aan hem: “maar wie bent u nu eigenlijk”. Hij wachtte even om schijnbaar de spanning op te bouwen en zei: “ik ben durfkapitalist”. De eerste woorden die bij mij opkwamen was : “u bent een eikel” Voordat ik iets na mijn verbazing kon zeggen ging ‘de durfkapitalist’ verder.

“Als durf**kapitalist ” begon hij zijn verhaal, “durf je te werken met je talent, dat je moet zien als je werkkapitaal. Waar je bij een normaal kapitaal rente kunt krijgen, krijg je bij een durfkapitaal, door gebruik te maken van je talent, voldoening”. Lachend keek hij mij aan. Zo, dat was eruit. Ik kreeg even tijd om na te denken.

Ik was diep onder de indruk van zijn wijze woorden, die ik voorheen anders had ingeschaald. Werken met je talent, dat vraagt durf. Maar ja, bij een supermarkt, als je moet betalen,  kun je er verder niets

Reageren is niet mogelijk.