Vragen staat toch vrij?

Vragen staat toch vrij?

Dat zegt men wel eens: “vragen staat vrij”. De vraag, die je daaraan kunt koppelen  is, maar krijg je ook een antwoord? Er kunnen zich natuurlijk situaties voordoen, dat het geven van een antwoord niet per direct een mogelijkheid is. Soms moet je, zelfs bij het stellen van een vraag, nadenken over het gegeven, kan ik deze vraag wel stellen? Kan ik die vraag wel stellen zonder personen te kwetsen. Het stellen van een vraag is voor iemand die in de buurt is, soms lachwekkend. Dit alles in de trant van: “en hoe klets jij je daar nu uit?

Het voorval is van lang geleden. Mijn vrouw en ik gingen met de trein van Enschede naar Utrecht. U kent de indeling van de coupe. Twee keer twee banken tegen over elkaar met een gangpad. Tegenover ons zit een moeder met twee jonge kinderen en aan de overkant van het gangpad de overige leden van het gezin, inclusief de vader.

Om in de trant van de slogan van de spoorwegen te blijven, familie Spoor is een dagje op reis met de trein. De trein zet zich in beweging en de reis begint. De vader en de moeder praten met elkaar, alleen dat gangpad maakt het noodzakelijk, dat het volume van de stem iets moet worden opgevoerd. Ik zie het geheel in als een heerlijk doorsnee gezin, waarin de verhoudingen, zoals ik het voorzichtig inschat, correct zijn.

De dochter van het gezin in de leeftijd laatste klas basisonderwijs leest een boek. De rest van het gezin doet een spelletje. Plotseling kijkt de dochter met het boek op van haar lectuur en vraagt: “mama, wat is schaamhaar”. Weet je, dat het dan moeilijk is om als buitenstaander niet direct in lachen uit te barsten?  Door deze vraagstelling bemerkte ik ook een plotselinge afstand tussen de vader en de moeder. De aandacht van de vader is ‘spontaan’ gericht op het buitengebeuren, dat langs de trein voorbij raast, terwijl, om in  culinaire termen te bloggen, ma met de gebakken peren blijft zitten.

Nu jaren later, schoot mij deze situatie te binnen, toen ik op zoek was naar een onderwerp om over te bloggen. Hoe vaak wordt er geen vraag gesteld, waarbij je niet direct een antwoord weet of een antwoord kunt geven. Dergelijke situaties met betrekking tot het stellen van vragen, zijn toch dagelijks schering en inslag?

Zo ook een peuter die doorlopend de vraag begint met “waarom?” Het woord waarom schijnt op jeugdige leeftijd de sleutel te zijn tot het verkrijgen van antwoorden. Meerdere keren per dag is het eerste woord van de zin van de peuter “waarom”. Tot vervelens toe herhaalt de moeder meerdere keren het woord waarom. Vraagt de kleine nieuwsgierig: “mama waarom zeg je zo vaak waarom”. Om daar dan  een duidelijk antwoord op te kunnen geven, is enige pedagogische ervaring noodzakelijk.

Een goede kennis van mij had altijd op een vraag het vaste- en bijna diplomatische antwoord: “ ik word niet geremd door enige kennis ”. Ach zijn reactie klonk wel aardig in eerste instantie, maar om er nu mee te koop te lopen, dat je niet geremd wordt met kennis op het terrein van de vraag, is ook weer te ver doorgeschoten. Hij was gewoon dom.

Mensen zijn nu eenmaal wezens, die altijd een antwoord willen hebben op een vraag. Vooral journalisten hebben er soms een handje van om de tegenpartij op het verkeerde been te zetten met een vraag, waarbij je over het antwoord even moet nadenken.

Één van mijn kinderen moest eens voor Godsdienst op school een vraag bedenken, waarover tijdens de Godsdienstles kon worden gediscussieerd. Mijn inbreng voor het verzoek kwam echter niet verder dan de inbreng ervan. Ik stelde voor om de vraag aan de Godsdienstleraar te stellen: “Als God nu mijn vader is, is Jezus dan mijn broer”. Het was een normale vraag, die los moet worden gezien van de drie eenheid etc.

Nu jaren later zie ik nog een paar verbaasde ogen mij aanstaren. Na het stellen van de vraag was het geruime tijd stil toen er een reactie volgde van: “maar die vraag ga ik niet stellen”. In feite is er niets mis met die vraagstelling. Nu komt alleen het probleem naar voren  of  men die vraag durft te stellen.  Kijkt men mij, als de vraag wordt gesteld, niet vreemd aan en hoe reageert de docent.  Mijn insteek is, als je een vraag stelt, bedenk dan vooraf, indien mogelijk, kwets ik er dan niemand mee en dan kun ik de vraag stellen?  Binnen de freelance journalistiek heb ik wel eens een vraag gesteld die begon met: “ga ik goed in de veronderstelling, dat….? Je ziet dan de tegenpartij zich bekreunen om de juiste woorden te vinden.

Reageren is niet mogelijk.